Organen & weefsels

Niet alle organen en weefsels zijn geschikt voor donatie. Bruikbare organen zijn de lever, longen, hart, nieren, alvleesklier en de dunne darm. Bij weefsel denken veel mensen alleen aan huid en hoornvliezen (cornea). Maar er zijn meer weefsels geschikt voor transplantatie: botweefsel, kraakbeen en pezen, hartkleppen en bloedvaten.

ORGANEN

Lever

De lever zorgt voor een goede samenstelling van het bloed en maakt giftige stoffen onschadelijk. De lever maakt bestanddelen aan die nodig zijn om onder andere eiwitten, suikers en koolhydraten te vervoeren in ons lichaam. Daarnaast heeft de lever een belangrijke taak in de bloedstolling en produceert hij gal. Gal is een vloeistof die zorgt dat vetten in het voedsel worden verteerd en opgenomen.

  • 1 donorlever, 2 transplantaties
Er is een groot tekort aan levers, met name voor kinderen. Een lever van een overleden donor wordt daarom ook wel gesplitst: de grootste rechterkant ervan wordt bij een volwassene getransplanteerd en het linkerdeel gaat naar een kind.

 Longen

De longen zorgen voor zuurstof in ons bloed. Ook wordt kooldioxide, een afvalstof uit het lichaam, via de longen uitgescheiden. Bij patiënten met een ernstige longziekte dreigt het lichaam te verstikken. Er komt onvoldoende zuurstof in het lichaam doordat de kooldioxide zich in het lichaam ophoopt. Op termijn heeft dit ook gevolgen voor het hart.

  • Waneer transplantatie
Patiënten op de wachtlijst voor een longtransplantatie lijden aan een ernstige longziekte, zoals longfibrose of emfyseem. Bij deze aandoeningen vindt een enkelzijdige longtransplantatie plaats. Dubbelzijdige longtransplantaties worden uitgevoerd wanneer de organen chronisch geïnfecteerd zijn, zoals bij 'taaislijmziekte' (cystic fibrosis).


Hart

 
Het hart is een spier die het bloed door het lichaam pompt. Daarom is het noodzakelijk in te grijpen wanneer er iets mis is. Denk aan een operatie bij bijvoorbeeld de hartkleppen of de bloedvaten van het hart. Soms is harttransplantatie de enige manier om in leven te blijven. Iemand komt voor transplantatie in aanmerking wanneer er sprake is van een zeer ernstige hart- of hartspierziekte: de overlevingskans zonder transplantatie is dan uiterst klein.

 Nieren 

De nieren zuiveren het bloed. Zij zorgen onder andere voor de verwerking en verwijdering van afvalstoffen en voor de afvoer van overtollig vocht uit ons lichaam. Wanneer de nieren niet goed werken, kan het lichaam vergiftigd worden. Met de dood als gevolg.

  • Dialyse
In afwachting van een niertransplantatie kan een nierpatiënt in leven blijven door een dialysebehandeling. Nierpatiënten hebben vaak dieet- en vochtbeperkingen en andere (fysieke) problemen van het dialyseren. Een niertransplantatie kan een minder beperkt leven geven. In principe kan één gezonde nier al het werk doen. Daarom krijgt de ontvanger van een donornier per transplantatie altijd maar één nier.


Alvleesklier


De alvleesklier (pancreas) speelt een belangrijke rol bij de stofwisseling. Dit orgaan maakt het hormoon insuline aan. Insuline regelt de
energiehuishouding van het lichaam. Als er geen of te weinig insuline wordt gemaakt, spreken we van suikerziekte (diabetes).

  • Suikerziekte
Suikerziekte kan leiden tot nierafwijkingen. Deze kunnen zo ernstig zijn dat nierdialyse of niertransplantatie noodzakelijk is. Aangezien
de nieren door de suikerziekte niet meer goed functioneren, wordt in de meeste gevallen de alvleesklier samen met een nier  getransplanteerd.



Dunne darm


Van de darmen kan de dunne darm worden getransplanteerd. De dunne darm haalt alle voedzame bestanddelen uit het eten. Een transplantatie is noodzakelijk wanneer door darmkwalen (bijvoorbeeld de ziekte van Crohn) de dunne darm ernstig is verkort. In plaats van enkele meters is er dan minder dan een halve meter overgebleven.

  • Kunstmatige voeding
Patiënten met deze aandoening krijgen kunstmatige voeding. Bij sommigen kan dit op den duur leiden tot levensbedreigende problemen, zoals bloedvergiftiging, leverfunctiestoornissen, groeistoornissen (bij kinderen) en uiteindelijk het ontbreken van een toegang voor voeding via de aders. Een nieuw stuk darm helpt de schade te beperken. Na een succesvolle dunne darmtransplantatie is de patiënt niet meer afhankelijk van kunstmatige voeding.

 

 

WEEFSELS

Huid

Menselijke donorhuid is essentieel voor de behandeling van 2e en 3e graads brandwonden. Bijna de helft van de patiënten in brandwondencentra is een kind.

  • Voordelen donorhuid
Donorhuid werkt als "biologisch verband". Het bedekken van brandwonden met donorhuid kan levensreddend zijn. Bovendien vermindert de pijn sneller en is er minder kans op infecties. Ook is er minder vocht- en eiwitverlies uit de wond en geneest de wond beter. In bepaalde gevallen vermindert de kans op ontsierende littekens behoorlijk.


Hoornvliezen


Het hoornvlies is het voorste deel van het oog en heeft een doorsnede van ongeveer een centimeter. In het midden is het hoornvlies circa 0,5 millimeter dik en aan de rand 1 millimeter. Hoornvlies is het enige stukje lichaamsbedekking dat doorzichtig is. Ons gezichtsvermogen is afhankelijk van dit zeer dunne laagje cellen.

  • Troebel hoornvlies
Door een infectie, een beschadiging of een aangeboren afwijking kan het hoornvlies vertroebelen. Iemand met een troebel hoornvlies ziet de wereld als door matglas: hij kan alleen vage contouren zien of alleen licht en donker onderscheiden. Een bril of contactlenzen
helpt in dit geval dus niets.

 

  • 1 hoornvlies per transplantatie
Patiënten krijgen per transplantatie 1 hoornvlies. Als voor het andere oog ook transplantatie noodzakelijk is, zal dat altijd in een later
stadium plaatsvinden.


Botweefsel


Bij mensen met bottumoren kan amputatie van een lichaamsdeel voorkomen worden, wanneer donorbot de aangetaste botdelen vervangt. Botweefsel kan ook nodig zijn bij een kunstheup die loszit. Donorbot kan de heup weer stevig vastzetten.



Kraakbeen en peesweefsel



Kraakbeen wordt soms door neurochirurgen en orthopedisten gebruikt bij een behandeling van kleine specifieke aandoeningen. In dat geval wordt kraakbeen slechts incidenteel uitgenomen. Peesweefsel wordt gebruikt om beschadigde gewrichten te reconstrueren. Voor reumapatiënten kan transplantatie van peesweefsel een uitkomst zijn.



Hartkleppen



De hartkleppen die getransplanteerd worden, zitten op de plaats waar het hart het bloed uitpompt: aan het begin van de longslagader en aan het begin van de lichaamsslagader. De 2 hartkleppen werken als een ventiel. Ze zorgen ervoor dat het bloed bij het uitpompen niet kan terugstromen in het hart.

  • Gevolgen defecte hartkleppen
Bij sommige hartpatiënten werken die kleppen niet goed. Het 'ventiel' sluit niet af en lekt, waardoor het lichaam te weinig zuurstof krijgt. Deze patiënten zijn vaak moe en kunnen zich nauwelijks lichamelijk inspannen. Voor deze mensen is een nieuwe hartklep de enige oplossing. Ook bij vernauwde kleppen kan in ernstige gevallen transplantatie noodzakelijk zijn.


Bloedvaten


Bij donatie en transplantatie van bloedvaten gaat het alleen om de lichaamsslagader. Dit bloedvat is van levensbelang. In slechts 2
gevallen is transplantatie van een donorslagader van toepassing:

                1.    Als een kunststof bloedvat gaat ontsteken.
                2.    Als de wanden van de lichaamsslagader verslapt zijn.

 
Sporten na transplantatie.

DONORMOBIEL

Promotiewagen tbv orgaandonatie

FACEBOOK

Rtba op 's werelds grootste netwerk