| Tekort aan donoren |
|
De transplantatiegeneeskunde is slachtoffer van haar eigen succes. Naarmate een transplantatie een veiliger ingreep wordt die zonder al te grote risico’s levens kan redden, komen er meer en meer mensen voor in aanmerking. Het aantal beschikbare donororganen blijkt echter onvoldoende. Sinds enkele jaren worden de wachtlijsten steeds langer. Het wachten kan maanden, zelfs jaren duren. De wachttijd voor een niertransplantatie bijvoorbeeld is twee à drie jaar, een periode die mens dankzij nierdialyse kan overbruggen. Voor problemen met de lever en andere organen (bv. Longen) is er geen tussentijdse oplossing zoals de dialyse. Bij zware ziekte wacht men ongeveer zes maanden op een nieuwe lever, is het minder dringend dan kan de wachttijd oplopen tot vier jaar.
Weetje: Slechts in 2 % van de sterfgevallen is er sprake van hersendood.
Een andere belangrijke reden voor het tekort aan donororganen zijn de familieweigeringen. Wanneer iemand donor kan zijn, legt men dit voor aan de naaste familie. Vijftien tot twintig procent van de nabestaanden stemt niet in met donatie. Het immense verdriet bij een overlijden maakt het voor de beproefde familie vaak moeilijk om in te stemmen met het wegnemen van organen. Als iemand echter vooraf zijn wens duidelijk maakte, is het voor de familie minder moeilijk. Het is dus belangrijk om zelf duidelijk te maken wat je wil, bijvoorbeeld door er met je familie en vrienden over te praten. |