In het begin
De eerste succesvolle orgaantransplantatie werd in 1954 uitgevoerd door de Amerikaanse chirurg Joseph Murray. Hij speelde al een tijdje met het idee, maar er was nog geen methode bekend om afstotingsverschijnselen te onderdrukken.
Dr Murray’s ontmoeting met de eeneiige tweelingsbroers Richard en Ronald Herrick was dan ook een geschenk uit de hemel. Ronald stond één nier af aan de doodzieke Richard. Aangezien ze hetzelfde genetisch materiaal hadden, werd de nier niet afgestoten. Na de transplantatie trouwde Richard met zijn verpleegster en leefde nog acht gelukkige jaren. Joseph Murray won in 1990 de Nobelprijs voor de geneeskunde.

Ronald & Richard Herrick
In de loop van de volgende jaren kwam men steeds meer te weten over het transplanteren van organen. Men ontdekte onder meer behandelingen om de afstoting te onderdrukken en betere methoden voor het bewaren van organen. Zo werd de transplantatie van organen en overleden donoren en dus ook van andere organen dan de nieren mogelijk. Sinds het einde van de jaren zeventig is de transplantatiegeneeskunde de experimentele fase voorbij.
Alvleesklier, longen, nieren, lever, hart, dunne darm, huid, hoornvlies, beenmerg en botweefsel kunnen succesvol getransplanteerd worden. Na één jaar stelt 90 tot 95 procent van de mensen met een donororgaan het goed.
Dr Murray’s ontmoeting met de eeneiige tweelingsbroers Richard en Ronald Herrick was dan ook een geschenk uit de hemel. Ronald stond één nier af aan de doodzieke Richard. Aangezien ze hetzelfde genetisch materiaal hadden, werd de nier niet afgestoten. Na de transplantatie trouwde Richard met zijn verpleegster en leefde nog acht gelukkige jaren. Joseph Murray won in 1990 de Nobelprijs voor de geneeskunde.
Ronald & Richard Herrick
In de loop van de volgende jaren kwam men steeds meer te weten over het transplanteren van organen. Men ontdekte onder meer behandelingen om de afstoting te onderdrukken en betere methoden voor het bewaren van organen. Zo werd de transplantatie van organen en overleden donoren en dus ook van andere organen dan de nieren mogelijk. Sinds het einde van de jaren zeventig is de transplantatiegeneeskunde de experimentele fase voorbij.
Alvleesklier, longen, nieren, lever, hart, dunne darm, huid, hoornvlies, beenmerg en botweefsel kunnen succesvol getransplanteerd worden. Na één jaar stelt 90 tot 95 procent van de mensen met een donororgaan het goed.






Twitter
Youtube