Belgische wetgeving
In het kort mogen we de wet zo stellen:
"Iedere Belg is Donor, zolang hij/zij leeft ...
Nadien moeten de nabestaanden, in tijden van rouw en verlies, beslissen wat er met de organen moet gebeuren."
De Belgische wet die orgaantransplantatie regelt, bestaat nu goed twintig jaar. Met deze wet werd het systeem van automatisch donorschap ingevoerd. Dit betekent dat iedere overledene wordt beschouwd als mogelijke donor tenzij men zelf kenbaar maakte dit niet te willen. De wet heeft ervoor gezorgd dat België één van de koplopers binnen Europa is wat het aantal orgaandonaties betreft. In de praktijk moeten de artsen (als de overleden zich niet heeft geregistreerd) altijd overleggen met de naaste familie alvorens men de organen verwijdert. De wet voorziet dat de nabestaanden zich kunnen verzetten tegen donatie als de overledene er tegen was of men niet weet wat de overledene zelf zou hebben gewenst.
De Belgische wet benadrukt ook een respectvolle behandeling van de donor. De overledene wordt na het wegnemen van de organen opgebaard en kan worden gegroet door de nabestaanden zodat het rouwproces normaal kan verlopen.
Verder stelt de wet dat zowel de donor als de ontvanger van het orgaan anoniem blijven. Ze legt ook vast dat orgaandonatie onbaatzuchtig moet zijn: men mag er dus in geen geval munt uit slaan.
Tenslotte regelt de wet zowel de te volgen procedure bij donatie door een overledene, als de levende donatie. Levende donatie is enkel mogelijk om een familielid of vriend in een levensbedreigende situatie te helpen. De wet benadrukt dat de donor hiervoor vrij en bewust moet kiezen.
Anoniem
De Belgische wet stelt dat orgaandonatie anoniem moet gebeuren. Dat wil zeggen dat de familieleden van de donor niet weten wie de ontvanger van de organen is en omgekeerd weet de ontvanger van de organen niet wie de donor was.
Veel mensen zijn na hun transplantatie wel nieuwsgierig naar hun orgaandonor. Soms worden daarom wel algemeenheden meegedeeld, bijvoorbeeld of het een man of een vrouw was en hoe oud de persoon was.
Men krijgt ook de kans om via het transplantatiecentrum anoniem een brief te schrijven aan de familieleden van de donor. Meer en meer mensen maken gebruik van deze mogelijkheid om de familie te bedanken en te vertellen hoe het hen gaat. Ook de familieleden van de donor weten vaak graag hoe het met de ontvanger van het orgaan gaat, ze vragen zich af of de operatie geslaagd is.
Soms nemen ze jaren later contact op met het transplantatiecentrum om na te gaan of het nog altijd goed gaat met de ontvanger van het donororgaan.
Levende donatie kan in België niet anoniem zijn, want het is enkel toegestaan om een familielid of vriend te helpen.
Verbod op orgaanhandel
Orgaanhandel is in België, net als in de meeste landen, wettelijk verboden. Het afstaan van organen of weefsels voor transplantatie mag dus nooit gebeuren met een winstoogmerk. Soms gaan er stemmen op die pleiten voor het aanmoedigen van orgaandonatie met een financiële beloning. De overheid zou bijvoorbeeld kunnen tussenkomen in de begrafenis- kosten van mensen die donor zijn, maar de meerderheid is van mening dat orgaandonatie nog altijd altruïstisch moet zijn.
Geregeld is er in de media sprake van orgaanhandel of organenroof. Men heeft het dan over de verkoop van organen van Chinese gedetineerden, mensen in India die uit armoede een orgaan te koop aanbieden of straatkinderen die voor organen gedood worden.
Die organen zouden dan worden overgebracht naar klinieken waar rijke buitenlanders op bestelling een nier, lever of ander orgaan krijgen. Het is mogelijk dat dit gebeurt op kleine schaal. In ieder geval worden deze praktijken streng veroordeeld door de nationale en internationale transplantatieverenigingen.




Twitter
Youtube